Nieuwe plichten rond pensioencommunicatie: voor wie?

Publicatiedatum 28 januari 2016

Van werkgevers wordt verwacht dat ze het pensioenbewustzijn van hun medewerkers helpen verhogen. Adviseurs luiden de noodklok, maar toezichthouder en pensioenuitvoerders zien het probleem niet.

 

Wat een opluchting was het: er kwam vorig jaar weer eens een nieuwe wet bij over pensioenen (de Wet pensioencommunicatie, per 1 juli 2015), maar werkgevers konden nu eens rustig achterover leunen, want eerst en vooral ging het hier om nieuwe regels voor pensioenfondsen, verzekeraars, ppi’s en (sinds 1 januari van dit jaar) apf’s – de pensioenuitvoerders kortom. Het stond er immers helder, in de Memorie van Toelichting bij de wet: “De rol van de werkgever zal wettelijk niet uitgebreid worden.” Waarbij het dus gaat over de rol bij het informeren van de medewerkers over alle mogelijke aspecten van hun pensioen.

 

De pensioenuitvoerders daarentegen krijgen het flink voor hun kiezen in de Wet pensioencommunicatie: alle kwesties rond de vraag welke betrokkenen welke informatie op welk moment en op welke manier moet bereiken, worden uit-en-te-na behandeld en vastgelegd. Dat is al met al een zo omvangrijk pakket dat het in fases verplicht wordt gesteld, totdat het vanaf 1 januari 2017 in zijn geheel van kracht is. Waarbij het voor de werkgever wél van belang is, zo wordt vermeld, dat ie even met zijn pensioenuitvoerder om de tafel gaat zitten om te bepalen wat die nieuwe informatiestromen van uitvoerder naar medewerker betekenen voor de gegevensuitwisseling tussen werkgever en uitvoerder.

 

‘Spilfunctie’ werkgever

 

Is daarmee de kous af voor werkgevers? Pensioenadviseurs zijn het daar niet mee eens. We kunnen wel stellen dat er “impliciet” veel verplichtingen voor werkgevers zijn bijgekomen, aangezien nu van de werkgever wordt verwacht dat hij een ‘spilfunctie’ vervult bij het vergroten van het pensioenbewustzijn. In de Memorie van Toelichting staat in ieder geval: ‘De Stichting van de Arbeid is van mening dat de werkgever een spilfunctie vervult in het vergroten van het pensioenbewustzijn. Voor werknemers is de werkgever het eerste aanspreekpunt.

De “niet-pensioendeskundige werkgever” wordt daarmee door de wetgever voor een “nagenoeg onmogelijke opdracht” gesteld. De werkgever moet actief bezig zijn met het stimuleren van het pensioenbewustzijn van zijn medewerkers, dat valt nu onder de zorgplicht. Maar hoe doe je dat, als je niet deskundig bent op dat gebied?

Werkgevers zouden daarom bevattelijk kunnen worden voor aanspraken van (ex-)medewerkers, als die menen ‘pensioenschade’ te hebben opgelopen omdat hun werkgever hen niet overeenkomstig de zorgplicht van informatie over dat pensioen voorzag.

In het kader van de Wet pensioencommunicatie is een checklist is ontwikkeld voor werkgevers – door de Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars. Die checklist, onderdeel van het nieuwe pensioenvoorlichtingssysteem Pensioen 1-2-3, zouden werkgevers in het arbeidsvoorwaardengesprek met sollicitanten moeten aflopen. Als die checklist niet of onjuist wordt toegepast, riskeert de werkgever juridische claims van werknemers, in verband met geen of onjuiste communicatie, ten aanzien van de schade die daaruit voortvloeit.

Oplossing: de checklist zou wettelijk verplicht gesteld moeten worden.

Met de informatie uit Pensioen 1-2-3 en met de checklists kan er een en ander voorkomen worden. Maar dat wil niet zeggen dat gebruik ervan de werkgever verder van alle verplichtingen ontslaat! Het is een middel om werkgevers met hun werknemers in gesprek te laten gaan over het onderwerp pensioen.

 

Verplichtingen? De nieuwe wet brengt geen nieuwe verplichtingen met zich mee voor werkgevers……